Toespraak wethouder Chantal Zeegers
Lokale Srebrenica-herdenking in Rotterdam, 4 juli 2026
Goedemiddag dames en heren, jongens en meisjes,
Vandaag herdenken we de genocide in Srebrenica, waarbij 8372 slachtoffers vielen. Het waren voornamelijk mannen en jongens die in Bosnië zijn vermoord. Dat is 31 jaar geleden. Een deel van hen is nog altijd vermist.
Vandaag staan we in Rotterdam stil bij deze slachtoffers. We denken aan hun levens en aan hun lot…
Daarvoor moeten we terug naar het einde van de vorige eeuw. Na een lange periode van eenheid valt de Republiek Joegoslavië uit elkaar. De etnische breuklijnen – die lange tijd vergeten leken – worden langzaam zichtbaar. “Hij is Kroaat, zij zijn Servisch, dat is een Bosnische familie”: voor veel kinderen moet hun wereld dan opnieuw worden uitgelegd. Tot voor kort was iedereen een landgenoot. Een buur, een klasgenoot of een vriendin. Maar de verdeeldheid groeit en oorlog komt met de dag dichterbij.
In 1992 wordt de wereld opgeschrikt door beelden van concentratiekampen nabij de Bosnische stad Prijedor. Op foto’s en televisiebeelden zijn broodmagere mannen achter prikkeldraad te zien – een gitzwarte echo uit het verleden. Die beelden laten zien dat de etnische zuivering van Bosniakken al vroeg begon. Dit leidt op 11 juli 1995 uiteindelijk tot de val en genocide van Srebrenica, waar 40.000 mensen zijn samengedreven. Vrouwen, kinderen, mannen.
Voor altijd blijft de vraag; hoe heeft het zover kunnen komen? En meer dan dertig jaar later blijft de vraag ‘Waar sta jij?’ actueel.
Door naar antwoorden te zoeken, leren we de geschiedenis beter begrijpen. We leren begrijpen dat woorden ertoe doen. We leren begrijpen dat uitsluiting begint met taal, niet met tanks.
Door de oorlog ontvluchtten meer dan twee miljoen Bosniërs hun land. Velen van hen vonden een nieuw thuis overzees: in de Verenigde Staten, Canada en Australië.
Tijdens mijn studententijd ontmoette ik nog geen maand na het uitbreken van de oorlog, twee Bosnische vluchtelingen. Ook studenten, net als ik toen. Jonge mensen dus nog. Die alles hadden achter gelaten en hun leven opnieuw moesten opbouwen. Ik weet nu nóg hoe ik onder de indruk was van hun verhaal. Van hun vastberadenheid en moed. Eigenschappen die ze delen met zovelen van jullie hier.
In Europa zijn er hechte Bosnische gemeenschappen ontstaan in Duitsland, Zweden, Nederland én Rotterdam. Daarmee heeft de Bosnische genocide – bedoeld om een volk uit te wissen – niet het laatste woord gehad.
Integendeel. De overlevenden zijn hier. En strijdbaar. Jullie kinderen zijn hier. En jullie kleinkinderen. En ongetwijfeld zit Bosnië in hun hoofden en harten, net zoals dat bij hun ouders en grootouders het geval is.
Ondanks de pijn uit het verleden zien we een nieuwe generatie Bosniërs groeien en bloeien. Ze hebben hun plek in dit land en deze stad. Als arts, docent of architect. Ze zijn succesvol en geliefd, en daarmee bewijzen ze het beste tegengif te zijn voor haat. Het beste medicijn tegen wraak. Maar dat lukt alleen we beseffen waar we staan.
Hoe gaan we met elkaar om?
Welke woorden gebruiken we?
En welke verantwoordelijkheid nemen we?
We moeten deze vragen blijven stellen. Door de slachtoffers jaarlijks te herdenken, en over hun levens te vertellen, blijven we waakzaam. Dat zijn we hen – en alle nieuwe generaties – verplicht.
Dank jullie wel.