Rotterdam, 5 juli 2026. Nedim Delić. 

Dames en heren,

“Het interesseert me niet welke etniciteit iemand heeft. Het enige wat belangrijk is, is of iemand een goed mens is.”

Dat is een uitspraak van mijn vader.
 
Hij zei dat niet als politicus, wetenschapper of filosoof. Hij zei dat als iemand die in 1992 terechtkwam in de gymzaal van Bratunac. Een plek die voor velen een tussenstation werd tussen het leven dat zij kenden en een toekomst die hen werd afgenomen. Mijn vader behoort tot de mannen die die plek levend hebben verlaten.Toen ik jong was, vond ik de genoemde uitspraak van mijn vader een heel vanzelfsprekende uitspraak. Natuurlijk maakt afkomst niet uit, dacht ik. Natuurlijk kijk je naar de mens. Pas veel later begon ik te begrijpen waarom mijn vader die woorden zo vaak herhaalde. Niet omdat ze vanzelfsprekend waren. Maar omdat hij had gezien wat er gebeurt wanneer mensen ophouden zo te denken. Wanneer mensen niet langer worden beoordeeld op hun karakter, hun daden of hun menselijkheid. Wanneer mensen worden teruggebracht tot één enkel kenmerk. Hun afkomst. Hun naam. Hun religie. Hun groep.
 
Niet alleen herdenken, maar ook proberen te begrijpen
Als we vandaag Srebrenica herdenken, herdenken we niet alleen de slachtoffers. We proberen ook te begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen. Want genocide ontstaat niet plotseling. Niet op één dag. Niet door één besluit. Niet doordat gewone mensen op een ochtend wakker worden en besluiten hun buren te vermoorden. Daar gaat een proces aan vooraf. Een proces dat begint met een onderscheid tussen “wij” en “zij”.In Bosnië leefden mensen generaties lang samen. Ze gingen naar dezelfde scholen. Werkten in dezelfde bedrijven. Vierden elkaars bruiloften. Speelden samen voetbal. Waren collega’s, vrienden en buren. Dat gold ook voor mijn familie. De mensen die later tegenover elkaar zouden komen te staan, hadden jarenlang naast elkaar geleefd. Juist daarom is het zo belangrijk om te beseffen dat genocide niet begint tussen vreemden. Genocide begint vaak tussen mensen die elkaar kennen.
 
Consequentie wij-zij denken
Maar langzaam begon er iets te veranderen. Mensen werden steeds vaker aangesproken op wat hen van elkaar onderscheidde, in plaats van wat hen verbond. Niet langer: wie ben jij? Maar: bij welke groep hoor jij? Dat lijkt misschien een klein verschil. Maar het is een verschil met enorme gevolgen. Want zodra een samenleving mensen steeds vaker door de lens van groepen gaat bekijken, verandert ook de manier waarop we naar elkaar kijken. Dan wordt een buurman langzaam een vertegenwoordiger van een groep. Een collega wordt een vertegenwoordiger van een groep. Een klasgenoot wordt een vertegenwoordiger van een groep. En wanneer mensen niet langer als individu worden gezien, wordt het makkelijker om hen te wantrouwen. Makkelijker om hen verantwoordelijk te houden voor dingen die zij nooit hebben gedaan. Makkelijker om hen als anders te beschouwen. En uiteindelijk: makkelijker om hun lijden te negeren.
 
Normalisering
Maar het gevaar zit niet alleen in het wij-zij denken. Het gevaar zit ook in normalisering. In gewenning. In kleine stappen. Want bijna niemand zou een genocide accepteren als die vanaf het begin zichtbaar was voor wat zij werkelijk is. Daarom begint het nooit daarmee. Het begint met woorden. Met verhalen. Met verdachtmakingen. Met het idee dat bepaalde mensen een bedreiging vormen. Met het herhalen van die boodschap, keer op keer. Totdat iets wat eerst onacceptabel leek, langzaam normaal begint te voelen. Totdat uitsluiting normaal wordt. Totdat discriminatie normaal wordt. Totdat geweld normaal wordt. En telkens opnieuw zeggen mensen tegen zichzelf: “Zo erg zal het niet worden.” “Dit is tijdelijk.” “Dit gaat aan mij voorbij.”
 
Schuldgevoel
Mijn vader heeft zichzelf jarenlang iets kwalijk genomen. Niet omdat hij iets verkeerd heeft gedaan. Maar omdat hij de signalen niet heeft gezien voor wat ze waren. Of misschien beter gezegd: omdat hij niet kon geloven waar die signalen uiteindelijk toe zouden leiden. Als kind begreep ik dat niet. Ik dacht: hoe kan iemand die zoiets heeft overleefd zichzelf überhaupt iets verwijten? Pas later begon ik te begrijpen wat hij bedoelde. Hij nam zichzelf niet kwalijk wat anderen hadden gedaan. Hij nam zichzelf kwalijk dat hij bleef geloven dat er grenzen waren die niemand zou overschrijden. Er is een moment in zijn verhaal waarop hij een vuurpeloton overleeft. Een moment waarop hij onder een stapel lichamen vandaan kruipt en weet te ontsnappen. Maar daarna loopt hij terug. Terug de zaal in. Terug naar de plek waar de dood hem zojuist op een haar na had gemist. Niet omdat hij niet wilde leven. Maar omdat zijn verstand nog niet kon bevatten wat zijn ogen zojuist hadden gezien.
 
Mensen vragen zich soms af hoe dat mogelijk is. Maar misschien is de echte vraag: Hoe kon hij zich voorstellen dat mensen werkelijk bereid waren om dit te doen? Hoe kon hij geloven dat de wereld die hij kende zo ver was veranderd? Mijn vader bleef geloven in menselijkheid. Hij bleef geloven dat er grenzen waren die niemand zou overschrijden. En juist daarom zag hij niet wat er voor zijn ogen gebeurde.
 
De les voor vandaag
Misschien schuilt daarin ook een belangrijke les voor ons. Want de meeste mensen herkennen gevaar niet wanneer het begint. Wij herkennen het pas wanneer het zijn eindpunt heeft bereikt. Wanneer de geschiedenisboeken zijn geschreven. Wanneer de foto’s zijn gemaakt. Wanneer de namen van de slachtoffers worden voorgelezen.
 
Lange tijd dacht ik dat de lessen van Srebrenica vooral over het verleden gingen. Dat het een geschiedenis was die ik moest kennen en doorgeven. Maar naarmate ik ouder werd, begon ik iets anders te begrijpen. De belangrijkste les gaat niet alleen over wat er toen gebeurde. De belangrijkste les gaat over hoe gewone mensen kunnen wennen aan dingen die nooit normaal mogen worden. Hoe samenlevingen langzaam kunnen opschuiven. Hoe het ondenkbare stap voor stap denkbaar wordt. En daarom vraagt waakzaamheid iets anders van ons. Waakzaamheid vraagt dat we de eerste stappen herkennen. Het wij-zij denken. De ontmenselijking. De normalisering van uitsluiting. Juist op het moment dat ze nog klein lijken.
 
Slot
Daarom gaat deze herdenking niet alleen over het verleden. Zij gaat ook over verantwoordelijkheid. Over de vraag wat wij doen wanneer mensen worden gereduceerd tot een groep. Wat wij doen wanneer het wij-zij denken terrein wint. Wat wij doen wanneer uitsluiting langzaam wordt genormaliseerd.
 
Want de lessen van Srebrenica zijn niet alleen relevant voor Bosnië. Ze zijn relevant voor iedere samenleving. Voor iedere generatie. Ook voor de onze. Ik behoor tot een generatie die de oorlog niet bewust heeft meegemaakt. Maar wel tot een generatie die leeft met de verhalen, de gevolgen en de verantwoordelijkheid om
de lessen ervan door te geven. Mijn vader heeft dingen meegemaakt die geen mens zou moeten meemaken. Maar wat mij misschien nog het meest raakt, is dat hij ondanks alles is blijven vasthouden aan die ene overtuiging. Dat de waarde van een mens niet wordt bepaald door afkomst. Niet door religie. Niet door een achternaam. Maar door de vraag of iemand een goed mens is.
 
Misschien is dat wel de krachtigste les die wij vandaag kunnen meenemen. Dat we weigeren mensen te reduceren tot categorieën. Dat we blijven kijken naar de mens achter de groep. Dat we blijven spreken wanneer anderen zwijgen. En dat we blijven opstaan tegen ontmenselijking, juist wanneer die zich nog vermomt als iets kleins.
 
Want genocide begint niet met massamoord. Genocide begint wanneer een samenleving vergeet de mens in de ander te zien. En preventie begint op het moment dat wij besluiten dat niet te laten gebeuren.
 
Dank u wel.
 

Herhaaldelijk Buitensluiten Amin Imširović

Het begon met buitensluiten
Met de ander, beetje bij beetje, minder te vinden dan henzelf.
 
Het begon met buitensluiten.
Met de ander, minder mens te vinden, dan henzelf.
 
Het begon met buitensluiten.
En beetje bij beetje, voor ze er erg in hadden, werd het erger.
 
Het begon met buitensluiten.
En het eindigde
met dood…
 
Want weet u…
Het begint met buitensluiten.
Met de ander, beetje bij beetje, minder te vinden dan jezelf.
 
Het begint met buitensluiten.
Met de ander, minder mens te vinden, dan jezelf.
 
Het begint met buitensluiten.
En beetje bij beetje, voor je er erg in hebt, wordt het erger.
 
Het begint met buitensluiten.
En het eindigt met dood.
 
Tenzij
Wij, hier en nu, besluiten,
dat nooit meer, echt nooit meer moet zijn.
Voor iedereen.
 
En we het kwaad, dat begint met buitensluiten, met liefde bestrijden!